Kai ziet een mooie licht door de ochtendschemering heen en loopt de boerderij uit. Met stille passen loopt Kai naar buiten. Enkele diepe inademingen doet Kai goed, hij houdt ervan om frisse ochtendlucht in te snuiven. De leden van de boerderij liggen nog te slapen, al zal het niet lang meer duren. De dag komt er al bijna aan, dan moeten de leden van de boerderij opstaan. Kai loopt verder naar een gebied waar veel bomen aanwezig zijn.
Zijn zwaard heeft hij zoals altijd bij zich, bij zijn rug. De bijl die Kai bij zich heeft, is van de boerderij. Kai heeft als taak om hout te hakken voor de leden van de boerderij. Dit als vergoeding voor het feit dat hij hier mag verblijven. Voordat hij aan het houthakken begint, traint hij nog even met zijn zwaard. Het grote open veld met bomen is een ideale trainingsplek om voor Kai zijn gevechtstechnieken te trainen.
Tijdens zijn training vangt Kai enkele geluiden op. Hij stopt zijn training en kijkt goed om zich heen. In de verte ziet hij een paar verdachte mannen met een grote kar iets vervoeren. Blijkbaar zijn er wat goederen uit de kar gevallen. De mannen pakken gauw de gevallen goederen op. Het heeft niet lang geduurd, maar Kai ziet dat het boeken zijn die de mannen oprapen. Dit kan niet, boeken? Die vervoerd worden door qwei lo’s? Daar moet Kai het fijne van weten. Kai ziet dat ze richting de stad gaan.
Met een groot net komt Kai terug met het gekapte hout de boerderij binnen slepen.
“Dat heb je mooi voor elkaar gekregen”, Zegt Fung tegen Kai.
“Hiermee hebben we wel genoeg voor een week.”, Zegt Kinwei.
“Dat is mooi om te horen, dit betekent dat jullie even verder kunnen nu ik weg ben.”, Zegt Kai.
“Wat bedoel je?”, Vraagt Fung tegen Kai.
Kai zegt dat hij even weg is van de boerderij. Hij weet nog niet hoelang, maar het zal wel enkele dagen duren.
“Ow okay.”, Zegt Fung: “Wat moet je doen?”
“Zaken.”, Zegt Kai
“Is goed. Trouwens we hebben nog wat voor je.”, Zegt Kinwei.
iets voor mij? Denkt Kai bij zichzelf. Kinwei overhandigt een kleine houten kruis aan Kai.
“We hebben hem gemaakt als een kleine souvenir voor het feit dat je voor ons houthakt. “, Zegt Kinwei: “Op de achterkant van het kruis staan ook aanwijzingen, hoe je zelf terug kan gaan naar de boerderij.”
Kai bekijkt het kruis. Goede afgewerkt handwerk, moet hij toegeven. Kai bedankt Kinwei en de andere leden van de boerderij. Wanneer hij op zijn paard galoppeert, kijkt hij in de verte nog een keer achterom. Het zijn aparte mensen, hij heeft nog nooit zulke mensen tegengekomen. En dit souvenir, het is een van de weinig keren dat hij iets cadeau heeft gekregen. Behalve zijn zwaard kan hij geen andere giften meer herinneren, denkt Kai bij zichzelf.
Kai komt de stad in. De stad is niet veranderd. Alweer de drukte bij de marktkraampjes van allerlei mensen een drukte van jewelste maken. Het is wel zoeken naar een speld in een hooiberg.
In de kroeg besteld Kai wat te drinken en hij blijft aan een tafeltje. Hij blijft stil en luistert aandachtig naar de gesprekken die gaande zijn.
“mijn vrouw is zo’n….”
“Heb je gehoord dat er een nieuwe…”
“Wat heb ik weer eens wat beleefd, namelijk mijn zoon..”
Dit zijn allemaal geen interessante informatie voor Kai. Na uren lang zitten en concentreren besluit Kai om weg te gaan. Op straat probeert Kai nog een paar keer aan mensen te vragen of ze wat weten over boeken die vervoerd worden. De ondervraagden weten er niets vanaf. Sommigen vragen zich zelfs af waarom Kai dat vraagt, omdat hier nog weinig mensen de chinese taal zo goed kennen om boeken mee te lezen.
Kai’s gedachten worden abrupt verstoord wanneer hij een duidelijke plof hoort. Hij snelt zijn kamer uit en ziet de waard 2 mensen bedienen. De waard helpt hem met kisten te sjouwen.
Kai hoort de waard tegen de 2 mannen praten, alleen verstaat hij er nog weinig van. Ondanks het feit dat Kai al een tijd in het gebied van niet-chinezen verblijft, door zijn lange reis hier naar toe en zijn missie, heeft hij nog steeds wat moeite met de taal. De niet-chinezen moeten verplicht chinees leren en andersom geldt het niet. Kai moet heel goed concentreren wat er gezegd wordt. Aan de gebaren wordt het duidelijk dat de waard zich afvraagt waarom deze goederen per se meegenomen moeten worden, wanneer ze na de maaltijd toch weer vertrekken. Volgens de 2 gasten moeten ze de goederen met hun leven bewaken, omdat het zo belangrijk is. Kai kijkt zijn ogen uit naar de zware kisten. Hij weet het zeker. Deze kisten worden de boeken vervoerd die hij had gezien in het bos. Een grijns van blijheid is op Kai’s mond te zien.
