Het paard van Kai galoppeert de brug over, de stad in. De stad is erg groot. Het is één van de grootste steden die gevestigd is een gebieden waar niet-chinezen overheersen. Net na de brug aan de zijkant plaatst Kai zijn paard.
Wanneer Kai de stad inloopt, is er een drukte van jewelste. Vooral de marktkraampjes schreeuwen om aandacht. In de stad ziet Kai toch chinezen. Ook al zijn het er niet veel, ze zijn er duidelijk aanwezig. Blijkbaar zijn veel chinezen verderop het land ingegaan om zich te vestigen.
“Ruim baan voor de gouverneur!”, roept een stem en Kai krijgt een duw van de soldaat. Kai wilt graag weten wie de gouverneur is van deze stad en blijft staan.
“Heb je me niet gehoord? Wegwezen!”, roept de soldaat fel. Kai blijft nog steeds staan.
De soldaat wordt boos en geeft Kai een trap tegen zijn benen. Kai blijft nog steeds staan en geeft geen kick. Hij beseft dat het niet verstandig is om te vechten, omdat anders zijn missie mogelijker gaat worden wanneer hij bekend is geworden.
“Wat is dat voor herrie?”, vraagt de gouverneur zich af en hij komt uit zijn vervoermiddel om te kijken. Kai ziet het gezicht van de gouverneur en weet in één oogopslag wie hij is. Het is Michael Sui. Kai herkent hem nog, jaren geleden zag Kai hem nog voor de troon van Zijne Goddelijkheid. Snel verstopt hij zich weer in de menigte.
De gouverneur Michael Sui had niet eens de tijd om te kijken wie die man is, die de opstopping veroorzaakte. En het is nog maar de vraag of hij Kai zal herkennen, maar Kai besluit het zeker voor het onzeker te nemen. Het valt Kai op dat er een bepaalde sfeer aanwezig is. Zijn na al die jaren missies uitgevoerd te hebben voor zijne goddelijkheid heeft hij een bijna zowat een ‘instinct’ opgebouwd. Hij ruikt het als het ware. Het overgrote deel van de bevolking, de niet-chinezen, zijn niet blij met de chinese overheersing. Dit betekent dus dat er kans is voor potentiële rebellenleiders. Maar eerst moet Kai zijn missie niet vergeten: het vinden en in de gaten houden van de twee qwei lo’s die volgens geruchten het geheim van het drukken misschien hebben ontdekt.
“Weet je wel wat je zegt?”, Zegt Kai op een indringende toon. : “Hoe bedoel je, je hebt geen kamer voor een mensen zoals ik?”
De herbergier moet even slikken bij de indringende autoriteitsblik van Kai, maar weet zich toch staande te houden met de achterban van de andere mensen om zich heen.
“Je hoort toch wel wat ik zeg! We hebben geen plek voor chinezen zoals jij!”, Zegt hij terug.
“ondankbare qwei lo!”, zegt Kai boos.
“ ondankbaar! Waar moeten we dankbaar voor zijn! Jullie chinezen vallen ons land binnen en nu komen jullie ook vestigen in ons land! Onze cultuur wordt aangetast en wij moeten verplicht chinees leren!”, Zegt de herbergier boos.
“Wees blij dat je de eer krijgt om Chinees te leren!”, Zegt Kai terug.
“Mij teveel eer! En nu wegwezen, ik heb namelijk klanten, ja ECHTE klanten te bedienen.”, Zegt de herbergier terug.
Het liefst wilt Kai nu zijn gouden plak, het teken van de keizer tevoorschijn halen. Of zelfs gewoon de hele herberg verbranden. Maar houdt zich in, want hij moet nog steeds overal kunnen opereren zonder op te vallen. Kai kiest eieren voor zijn geld en loopt de herberg uit. Één ding is zeker voor Kai, het stikt hier van de potentiele rebellen. Wanneer zijn missie voltooid is, of het duidelijk is dat hier de 2 qwei lo’s, die Kai moet vinden, niet aanwezig is, zal Kai deze stad goed schoonmaken.
Het begint al avond te worden, maar nog steeds geen slaapplaats voor Kai. Het ziet er naar uit dat Kai op straat zal slapen. Niet dat Kai dat nooit gedaan heeft, maar leuk is anders natuurlijk. Ook heeft Kai voorzichtig geprobeerd te informeren over de 2 namen Laurens Janszoon Koster en Johannes Gutenberg. Maar de mensen zijn hier erg schuw met informatie en het lijkt ook wel of ze nog niet gehoord hebben van deze 2 mensen.
“IIIEEEEEE”, klinkt het luid en Kai hoort dat er iets aan de hand is. De mensen vluchten overal weg. Kai rent tegen de stroming van mensen heen om te kijken wat er aan de hand is. In een oogopslag ziet Kai een op hol geslagen paard. Daarnaast ziet hij een persoon naar het paard toe rennen.
Hij is gek! Denkt Kai bij zichzelf. Ziet hij dat paard niet!
“koh koh! Kijk uit!”, Hoort Kai een vrouwenstem. Kai ziet dat zij ook chinees is. Kai ziet de man die naar voren gelopen is en nu herkent hij het ook, hij is ook Chinees! Met grote passen sprint Kai naar voren en hij grijpt het paard bij zijn teugels. Een flinke draai en hij probeert het paard met alle kracht in bedwang te houden. Het paard werkt nog even tegen. Kai is niet van plan om op te geven en gebruikt zijn kracht om het paard tegen te werken. Eindelijk is het paard tot bedaren gekomen.
“Koh koh! Wat was je aan het doen! Je was bijna dood!”, Zegt de vrouw.
“Mijn kostbare boek lag op de grond, die had ik laten vallen toen iedereen in rep en roer was.”, Zegt de man terug.
“kijk in het vervolg uit!”, Zegt Kai nors.
“Owja, bedankt dat je me gered hebt. Mijn naam is Kinwei Hsien, en dit is mijn zusje Lise Hsien.”, Zegt de man, die kennelijk Kinwei heet , en hij steekt zijn hand uit.
Kai begrijpt niet wat hij doet en kijkt naar zijn uitgestoken hand.
“ow sorry, dit is hier de gewoonte om elkaar voor te stellen.”, zegt Kinwei.
“in dat geval, aangenaam, mijn naam is Kai.”, Zegt Kai, maar hij steekt zijn hand niet uit, in plaats daarvan doet hij de traditionele chinese begroeting, een vuist en een hand erop voor zijn eigen borst.
“Volgens mij kom je niet hier vandaan he?”, Vraagt de vrouw, genaamd Lise aan Kai.
“Dat klopt ja, ik wil hier wel blijven vanwege wat werk hier.”, Zegt Kai: “Alleen….”
“Ze willen je zeker geen slaapplaats aanbieden?”, vraagt Lise. Kai blijft zwijgen.
“Geen probleem. Jij hebt me toch gered dus ik ben wel wat verschuldigd. Je kan bij ons verblijven.”, Zegt Kinwei.
“hebben jullie een herberg?”, Vraagt Kai.
“nee wel een boerderij. Daar wonen we met z’n allen.”, Zegt Kinwei: “Het is wel een eindje van de stad vandaan. Dus dat moet je wel voor lief nemen.”
“Mijn dank heeft u.”, Zegt Kai plechtig en hij geeft alvast een zak met munten aan Kinwei. Kinwei echter weigert het aan te nemen. Kai zegt dat hij erop staat, hij kan niet voor niks blijven wonen. Kinwei zegt weer terug dat hij liever geen geld wilt, misschien zijn er andere dingen waarmee hij kan meehelpen. Kai respecteert de keuze van Kinwei.
“Ik zal jullie wel helpen met de werkzaamheden.. alleen een vraagje”, Zegt Kai, voordat Kai de vraag stelt, is de maag van Kai duidelijk aan het knorren.
“ja we hebben wel te eten hoor! Maak je daarover maar geen zorgen!”, Zegt Lise met een lach uit. Zijn broer lach mee. Kai kijkt beide met een indringende autoriteitsblik aan. De 2 worden even geshockeerd door de blik van Kai. Echter beseft Kai dat het beter is om in te houden, want zij hebben hem net een slaapplaats gegeven en ze weten ook niet wie hij is. Dus kan hij ook niet verwachten dat zij uit zichzelf weten welke respectheid hij verdient.
